Dankzij zoon Hans gingen wij op pad naar Australie. Wij hadden altijd gezegd: “Als jij naar het buitenland gaat voor stage zoeken wij je op.” Zo gezegd, zo gedaan. Hij ging down under en wij dus ook.
Na een route uitgestippeld te hebben vertrokken wij op zondag 4 januari vanuit een nog rustig Wachtum. Roelof en Margriet brachten ons naar Schiphol, waarna ons avontuur begon.
Eerst vlogen we naar Singapore waar we in een groot winkelcentrum op het vliegveld ons +/- 5 uur vermaakten. In het vliegtuig waren we van de nodige drankjes en hapjes voorzien, dus honger hadden we niet. De volgende vlucht van Singapore naar Melbourne hadden we exit-seats met veel beenruimte. We hebben de dekens over ons heengetrokken en hebben lekker geslapen.
In Melbourne aangekomen stond Hans ons op het vliegveld al op te wachten. Samen hebben we een hotel opgezocht en lekker bijgekletst. De volgende dag hebben we de gehuurde camper opgezocht en na enige instructies gingen we op pad. Wat het links rijden betreft konden we eerst de kunst even afkijken. Hans reed het eerste stuk, waarna Albert aan de beurt was. Het was eerst even wennen om met de linkerhand te schakelen, maar dat wende snel. In het vliegtuig had een vrouwtje tegen Albert gezegd: “Keep your wife in the hole.” Dat had Albert goed onthouden en hij hield dus de camper aan de linkerkant van de weg, waarlangs overal een greppeltje ligt.
Een gesprek met een campingbaas veranderde onze route totaal. Waarom gaat toch iedereen naar de kust, waarom niet naar Broken Hill, naar de Outback? Dat is pas echt Australie. Wij knoopten dit in de oren en bogen ons over de kaart. Het was wel erg ver, maar ach, dat leek ons ook wel wat. Na de werkplek en het logeeradres van Hans te hebben bekeken verlieten we Hans en gingen op pad naar Broken Hill.
Dit was echt de moeite waard. We staken een rivier (de Murray, de grens tussen Victoria en New South Wales) over en ineens was het afgelopen met de bewoonde wereld. Uitgestrekte vlaktes en dorre grond met hier en daar een beetje begroeiing en dat alles kilometers langs. We zagen meer dode kangaroes dan auto’s onderweg. We gingen op weg naar de Blue Mountains, een prachtig bergachtig gebied. Hier hebben we een dag rondgewandeld en de omgeving verkend. Met een trolleybus en een hip on, hip off buskaartje konden we de hele dag overal in en uitstappen. Vervolgens ging onze route naar de kust waar we op verschillende plaatsen de prachtige blauwe zee hebben bewonderd.
Het was nu tijd voor het binnenland, via een bergpas met een maximale hooge van 1850 meter gingen we weer naar Bendigo waar we onze belevenissen met Hans konden delen.
De komende week bekijken we nog een ander toeristisch gebied, waaronder de Great Ocean Road en waarschijnlijk de Pinguin parade op Philip Island. Dan is het weer welletjes en komen we terug naar het minder warme Wachtum, back to reality.
Groeten vanuit een warm en prachtig Australie,
Albert & Albertje