Van Japan tot aan Yokohama
De enige fatsoenlijke manier om een eiland te verlaten, vind ik, is over het water.
Daarom leek het mij een goed idee om ter gelegenheid van mijn vertrek van Sakhalin een paar week geleden eens niet naar Moskou te vliegen maar de veerboot naar Japan te nemen. In 1970 had ik al eens Yokohama en andere havensteden in Japan bezocht en ik was erg benieuwd hoe het alle vriendinnen uit die tijd in bijna 40 jaar was vergaan. Er bleek een Japanse veerdienst te bestaan tussen Korsakov op Sakhalin en Wakkanai op het meest noordelijke eiland Hokkaido. Deze ferry vaart maar een paar keer in de maand, na oktober al helemaal niet meer, maar precies op een mij passende dag was er nog een oversteek gepland. De Japanse dame van het reisagentschap vroeg of ik 1e klas (vliegtuigstoel) of 2e klas (tussen de Japanners op de grond) de oversteek wilde wagen. U zult begrijpen dat ik voor de goedkope variant koos, als 2e klasser kom je uiteindelijk niks later aan als die lui in de vliegtuigstoelen.
En inderdaad, in de 2e klas geen stoelen maar wel een keurig vloertje voorzien van tapijt waar met behulp van een deken en een kussentje de ruim 5 uur durende bootreis zeer aangenaam verliep, schoentjes uit natuurlijk, dat zijn die Jappen zo gewend.
Met het langzaam verdwijnen van Sakhalin achter de horizon kwam Hokkaido steeds dichterbij. Het havenstadje Wakkanai zou je het Delfzijl van Japan kunnen noemen, ook in een uithoek van het land een haventerrein met wat industrie en wat overslag. Heel anders dan in Korsakov was hier de immigratie en alles strak georganiseerd, gebouwen en terreinen brandschoon, maar verder was Wakkanai zo dood als een pier, dus ben ik met de eerste de beste trein verder getoerd over het eiland Hokkaido richting Sapporo. Hokkaido is veel minder geïndustrialiseerd dan het hoofdeiland Honshu, het is groen, bergachtig met veel natuur, het lijkt wel één groot arboretum met coniferen, dennen en rododendrons, vanuit de trein zag ik herten lopen.
Sapporo, ik dacht een wintersportplaatsje, maar bleek de 5e stad van Japan te wezen met 2 miljoen inwoners, allure van een wereldstad met een metronet, wolkenkrabbers, brede boulevards met chique winkels van Benetton, Louis Vuitton, Yakult en dat soort gesnor.
Ik kwam er ook achter dat mijn mobiele het niet meer deed, ze hebben een ander systeem en om met een openbare telefoon te bellen viel me ook nog niet mee met de gebruiksaanwijzing in het Japans, de communicatie met het thuisfront haperde dus wat. Omdat ik verder niks van te voren had geregeld moest ik ter plekke mijn vervoer en onderdak regelen wat overigens uitstekend lukte. De trein is hét aangewezen transportmiddel in Japan, Hokkaido is met een treintunnel van zo’n 50 km lengte verbonden met het hoofdeiland Honshu waar de grote steden liggen en op dit eiland ligt al zo’n 40 jaar een netwerk van spoorwegen voor de hogesnelheidstrein, de Shinkansen. Vanaf de noordpunt van Honshu ben ik dan met een gangetje van zo’n 300 km/uur naar Tokyo gegiezeld, tjonge jonge wat gaat dat sensationeel hard, bossen, gebouwen, rijstvelden, als een streep vliegt het aan je voorbij en na 3 uur sporen stond ik met mijn koffertje nota bene midden in hoofdstad Tokyo.
In de trein leer je wel de volksaard en rituelen van Japan kennen, de conducteur die de coupébinnen komt begint met een buiging, prevelt dan wat zinnen in het Japans waarschijnlijk om zich te verontschuldigen voor het storen van de passagiers, loopt dan kaartjesknippend door de coupé en draait zich in de deur nog eenmaal om om met andermaal een diepe buiging afscheid te nemen van het reizend publiek. Evenzo de dame die met de koffiekar door de trein loopt, altijd glimlachend, ook binnen komend met een buiging, en nadat zij de kar door de coupé heeft geschoven draait ook zij zich nog eenmaal om in de deuropening met een diepe buiging. (Hint voor het dorpshuisbestuur: probeert u ook Evert en Jessie op zachte doch dringende wijze zo ver te krijgen dat ook zij, na het opnemen van een bestelling of na het uitventen van een bretje bier eveneens in Japanse stijl met de neus zo dicht mogelijk bij de grond hun toewijding voor de drinkende Wachtummer benadrukken, dit zal het gevoel van gastvrijheid ongetwijfeld nog verder versterken !!!).
Treinen in Japan, je kunt van de vloer eten, nergens viezigheid, niets beschadigd, geen graffiti, vuilnisbakken zie je ook niet in de trein, ieder neemt zijn eigen rotzooi mee en op de perrons staan containers waar je je vullis in kunt deponeren en die continu worden geleegd, ik zag me zelf op een gegeven moment ook met 2 lege bierblikjes uit de trein stappen….. Handig is ook dat op het eindpunt alle stoelen worden omgedraaid, je hoeft in Japan dus nooit achteruit te rijden in de trein !!! En, ook niet onbelangrijk, je kunt echt je horloge gelijk zetten op aankomst- en vertrektijden, het begrip ‘vertraging’ kent men er niet ….
Het hoofdstation van Tokyo is een ongelooflijke wirwar van sporen, hallen, perrons op verschillende etages, lastig om de weg daar te vinden. Eenmaal voor het station staand doet de voorgevel van het gebouw dat opgetrokken is uit rode baksteen verrassend veel denken aan de stations van Groningen en Amsterdam bijvoorbeeld. Rode baksteen zag ik verder nauwelijks in Japan, waarschijnlijk is dit zo rond 1900 een van de eerste plagiaten uit Europa geweest van de Jappen. In de 2e wereldoorlog heeft het station nogal wat schade opgelopen en momenteel wordt het gebouw ook weer gerenoveerd.
Het hele stationsgebouw staat nu midden in het financiële hart van Tokyo en valt volledig in het niet tussen de wolkenkrabbers die er omheen gebouwd zijn.
Japanners zijn ook gezondheidsfreaks. In Tokyo zie je ’s morgens vroeg al hele massa’s mensen een rondje hardlopen om de paleistuin van de keizer. Wat opvalt bij dat joggen is de motoriek van veel Jappen die op zijn minst als merkwaardig kan worden omschreven, volgens mij te wijten aan de stand van het beenwerk dat vaak verre van correct is te noemen. Veelal zie je lui met gigantische O-benen en dan ook nog weer met X-bochten en stand van de voeten is vaak extreem toontredend danwel frans, in een paardendorp als Wachtum begrijpelijke taal dacht ik. Verder zijn de geelhuiden gewend om ’s morgens bij het ontbijt al aan hun dagelijkse rijstquotum te beginnen, daarbij eten ze veel vis. Behalve dat zie je ook overal op straat aanbod van gezondheidsdrankjes in automaten en als je ’s avonds bij kantoren naar binnen kijkt heb je kans daar groepen werknemers, allen in dezelfde pakjes uiteraard, nog bezig te zien met rek- en strekoefeningen. Deze leef- en eetgewoonten zijn de oorzaak dat de Jap de hoogste levensverwachting van alle volken ter wereld heeft.
Om elke morgen de koffer in te pakken en ’s avonds weer in een andere plaats een logement te zoeken vond ik nogal vermoeiend worden dus heb ik na een paar dagen maar een vaste stek gezocht in Osaka, een miljoenenstad waar ik destijds de wereldtentoonstelling Expo 70 eens had bezocht. Hoogtepunt was toen een brok steen van de maan uit de tijd van de Apollovluchten dat in het Amerikaanse paviljoen was te bezichtigen. Het tentoonstellingsterrein van toen bleek nu omgetoverd tot een gigantisch recreatiepark, alleen het symbool van Expo 70 die ik me nog goed kon heugen, de Tower of the Sun, die stond er gelukkig nog.
Op een morgen dat het in Osaka wat miezerde dacht ik mooie gelegenheid om eens even in Hiroshima te gaan kijken en te zien of ze daar in de plaatselijke souvenirwinkel geen miniatuurtjes van de paddestoel verkochten, altijd leuk voor thuis op de schoorsteenmantel. Hiroshima, op zo’n 300 km. afstand van Osaka maar na dik een uur in de Shinkansen stond ik midden in de plaats die in augustus 1945 volledig werd verwoest door de 1ste atoombom. Hiroshima 2008 is een moderne Japanse stad als alle andere Japanse steden, niets doet meer denken aan de A-bom, behalve dan een indrukwekkend herdenkingsterrein waar verschillende monumenten zijn opgericht die herinneren aan de verschrikking van toen maar die vooral ook als thema hebben de vrede voor de jeugd in de toekomst. Dagelijks wordt dit gebied bezocht door duizenden Japanners, heel veel schoolkinderen allemaal in uniform en strak geleid door de meester. Destijds is de bom op een hoogte van zo’n 600 meter boven de stad ontploft en door de enorme luchtdruk is van alle gebouwen in een wijde omtrek geen steen op de andere gebleven. Alleen van een groot handelskantoor dat recht onder de explosie stond zijn deels de muren en de koepel op het dak blijven staan. Van deze ruïne, de A-bomb Dome, vergelijkbaar met de Gedächtniskirche in Berlijn, is besloten dat deze als een blijvende herinnering aan de ramp voor de toekomst bewaard moet blijven.
Het Japan zoals wij dat van de plaatjes kennen, paleizen, tempels met pagodes en Japanse tuinen, trof ik aan in de plaats Nara, de eerste keizerlijke hoofdstad van Japan en niet ver van Osaka. Een grote toeristische trekpleister is de voormalige hoofdstad Kyoto maar Nara is wat kleiner en overzichtelijker. Nara lag eveneens aan de historische zijderoute en de tempels zijn indrukwekkend, met name de beroemde Todaiji tempel wat het grootste houten gebouw ter wereld schijnt te zijn, binnen in dit gebouw staat een bronzen beeld van Boeddha van zo’n 15 meter hoog, je weet echt niet wat je ziet. Die morgen voor 9 uur had ik al drie dikke tempels in Osaka bezichtigd trouwens, je moet het daglicht nuttig besteden in Japan, ze zijn daar ondanks hun Seiko-horloges volgens mij absoluut de weg kwijt wat betreft de tijd, ’s morgens om half 6 is het licht en ’s middags om 3 uur begint het al te schemeren, om 5 uur is het donker.
Japan is geen toeristisch land, vaak was ik de enige witneus tussen heel veel spleetogen, alleen op de luchthaven en in de grotere stations zie je nog wel eens een verdwaalde westerling lopen, verder is alles Japanees. Bij de KLM heb ik een schrikbarend duur enkeltje gekocht van Osaka International Airport Kansai naar Schiphol, verbazingwekkend efficiënt en modern vliegveld was dat ook weer, net als in Hongkong een kunstmatig eiland in zee met uitstekende railverbinding met het vaste land, die Jappen hoef je echt niks meer uit te leggen, hebben het echt heel goed voor mekaar.
Japan is een ongelooflijk en onbegrijpelijk land, wat dat betreft ben ik na mijn trip door Japan de mystieke teksten van de Twentse filosoof Herman Finkers uit zijn kerstmusical “Kroamschudd’n in Mariaparochie” een stuk beter gaan begrijpen. U zult ongetwijfeld nog goed herinneren hoe ooit een plaatselijk gezelschap op het toneel van Dorpshuis De Kom een indrukwekkende vertolking van dit stuk uitbracht. Dit was het refrein:
Van Japan tot aan Yokohama
De Tibetanen met een Daila Lama
Waar ook alle Aziaten, vrienden van elkaar
Op de aarde zijn miljarden mensen
Om van het dubbele nog maar te zwijgen
Vrede kinderen samen, mensen waarom …………
Sayonara !!
Kees Geertsema