De laatste keer dat een Wereld Wiede Wachtummer een bijdrage leverde aan deze alom geprezen rubriek was al weer van juni vorig jaar, George schreef toen over een chinees broodje frikandel en meer van dat soort zaken. Maar om de column niet helemaal aan de vergetelheid prijs te geven zei ik tegen mien zeun Frank, zelf een gewaardeerd schriever : “Zeun, wordt het geen tied om nog eens een bijdrage te leveren !“ “Tjo !!” zei Frank, goed idee pa !! “En, als Wereld Wieden “, zei hij, “moeten we toch ook eens nieuwe werelddelen gaan exploreren, altijd maar van die verhalen uit Hongkong, Australië, Canada of Ameland wordt wat eentonig, we moeten onze grenzen verleggen, donker Afrika of Zuid-Amerika…dat is pas wat !!!” Nou had ik van mijn tripjes naar Siberië nog wat van die KLM-miles over, net genoeg voor 2 retourtjes Paramaribo, dus ik zei: zeun, goed idee, er zijn meer van die succesvolle schrieverduo’s, we maken er een gezamenlijke expeditie van naar Suriname, de voormalige parel van het Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1975 al weer een zelfstandige republiek en ik had er altijd al eens naar toe gewild. Je kunt natuurlijk voor een vleugje Suriname ook afreizen naar de Bijlmermeer (daar moet je toch al naar toe om een visum op te halen van 38 !!! euri ) maar wij boekten voor 2 nachten een mooie suite bij Zeelandia Suites vlak achter Café Bar Restaurant ’t Vat midden in het uitgaanscentrum van Paramaribo, daarna zouden we wel verder zien.
Het was zo’n beetje half december en Frank en ik, ’s morgens vertrokken uit een rillerig Wachtum, zaten ’s avonds op het terras van Café ’t Vat bij een temperatuurtje van ik denk zo’n 25 graad, achter een beste pot Surinaams Parbo bier. ’t Vat is een tent die voornamelijk is georiënteerd op Nederland met een menukaart die niet onderdoet voor het veelgeroemde Snack.ff in Wachtum, patat, balletje gehakt en frikandel, wat wilt u nog meer nietwaar? In Paramaribo kom je weinig toeristen tegen maar bij ’t Vat zie je wel veel Nederlanders die in Suriname werken en veel studentes die stage lopen en elkaar bij ’t Vat ontmoeten. Een Surinamer zei nog tegen ons: het lijkt verdorie wel of ik in Nederland ben met al die witten hier, da’s ook toevallig zei ik, laatst liep ik nog door Amsterdam en ik had het idee dat ik in Suriname was.
Paramaribo, mooi gelegen aan de Surinamerivier, hebben we de volgende dagen vanaf de fiets eens goed bekeken en ook het buitengebied verkend. Het is fantastisch fietsen in Paramaribo en langs de voormalige plantages in de omgeving, het is overal zo plat als een cent, brede wegen met enorme gaten, heel veel zwerfvuil in de bermen (nog meer dan langs de A37…), verkeer rijdt links, geen aparte fietspaden, putdeksels in de straat ontbreken nog wel eens, in het beste geval plaatst gemeentewerken dan een plank of een boomtak in het gat om het gevaar aan te duiden, de nieuwe vaste brug van 60 meter hoog boven de Surinamerivier is veel te smal voor tegelijk zwaar vrachtverkeer en fietsers en voor de fiets ook veel te steil. Tijdens onze rit over deze Jules Wijdenboschbrug (10 jaar geleden gebouwd door Ballast Nedam, Suriname kon nauwelijks de rekening betalen en is er bijna aan failliet gegaan) werden we gedurig toegetoeterd door voorbijrazende Surinaamse automobilisten en toen we na een duizelingwekkende afdaling, de remmen werkten niet al te best, aan de overkant waren bleek ons ook dat de brug voor de fietser verboden terrein was hoewel dat nergens met een bord was aangegeven. Je ziet ook eigenlijk alleen maar witten op de fiets, een lollige Surinamer riep nog naar me: “hé, Jan Klaassen, waar gaat de reis naar toe !!!” Vroeger in de tijd voor de onafhankelijkheid werd er wel veel gefietst in Paramaribo maar tegenwoordig worden helaas ook daar al de kinderen in de auto naar school gebracht, ook wat dat betreft dus duidelijke overeenkomsten met Wachtum.
Paramaribo heeft een prachtig centrum met veel historische houten gebouwen uit de koloniale tijd, dat gebied heeft de status van Werelderfgoed van Unesco en Fort Zeelandia natuurlijk, daar zie je nog 15 rouwkransen aan de buitenmuur hangen, je weet wel … de December moorden, macabere aanblik.
Een hoogtepunt was dan weer dat we op de zondagmiddag langs een sportveld fietsten waar het nationale cricketteam van Suriname een interland bleek te spelen tegen de buren uit Brits Guyana. Het enige dat ik van cricket weet is dat het een gezapige sport is die door deftige heren in lange witte broeken wordt gespeeld en waarbij de enige emotie wordt veroorzaakt door de vraag of er in de rust al of niet een biskwietje bij de thee wordt geserveerd. Zo niet in Paramaribo, we stonden nog maar net Langs de Lijn of een hoop herrie op de tribune, ja hoor, waren de Suri-supporters aan het matten geslagen met de vrienden uit Guyana, even later kwam de politie ten tonele en was het ook gauw weer rustig….tja, Suriname….
Opvallend zijn ook de vele standbeelden in het centrum van de stad van inmiddels overleden politici, Henk Arron, Lachman, Jopie Pengel, allemaal staan ze je vanaf een sokkeltje met opschrift aan te kijken. Op diverse plaatsen in de stad staan als kunstwerk enorme slippers rechtop opgesteld, in de jaren voor de 2e wereldoorlog was schoeisel onbetaalbaar en liepen de mensen op wat ze noemden houten tiptip’s, een Surinaamse kunstenaar mocht met Nederlands subsidiegeld een paar jaar geleden er een kunstproject van maken, zijn naam…George Struikelblok….geloof je toch niet..
Na een paar ontspannen dagen in de hoofdstad wilden we wel eens even het tropisch regenwoud in, we hadden een 5-daagse expeditie geregeld in een uitgeholde boomstam (korjaal) over de Marowijne, de grensrivier tussen Suriname en Frans Guyana, de buren aan de oostzijde van het land.
’s Morgensvroeg opgehaald met een busje waarbij we kennis maakten met Dick en Joke, een echtpaar uit Waddinxveen die ook wel eens het oerwoud in wilden, Dick was daar eerder al kind aan huis geweest want hij had als dienstplichtige bij de TRIS (TRoepenmacht In Suriname) gezeten en wilde graag nog eens terug om de plekjes van toen aan zijn vrouw te laten zien. Met z’n vieren dus in een busje van Paramaribo naar het grensplaatsje Albina aan de Marowijne waar we ons aan boord zouden hijsen. Een van de eersten die we onderweg naar Albina tegen kwamen was nota bene voormalig bendeleider Ronny Brunswijk, in zo’n dikke Hummer met een draaikolk in de tank, was onderweg naar Paramaribo waar hij tegenwoordig in het parlement zit. Ronny, een bosneger afkomstig uit het Marowijnegebied was eerder lijfwacht van Desi Bouterse en heeft in die functie een aanslag op het leven van Bouterse verijdeld. Afgesproken was dat Brunswijk daarvoor van Bouterse een riante vergoeding zou krijgen, maar toen het op betalen aan zou komen zei Bouterse: “Brunswijk, jij bent een bosneger en bosnegers kunnen niet met geld omgaan, dus het is voor ons allemaal veel beter dat je geen cent van me krijgt..!” Brunswijk heeft toen in de jaren ‘80 in de jungle een legertje om zich heen verzameld en is een guerillaoorlog begonnen tegen het regeringsleger van Bouterse. Over en weer werden dorpen platgebrand, de bevolking werd vermoord en veel mensen vluchtten in paniek het oerwoud uit en zochten een goed heenkomen in naburig Frans Guyana. Uiteindelijk sloten beide heren toch weer vrede met elkaar en ’t is echt ongelooflijk, ze wonen tegenwoordig in vorstelijke paleizen broederlijk naast elkaar op een mooie plek aan de Suriname rivier en leven goed van de met drugs- en wapenhandel bijeengeroofde rijkdom. Brunswijk is trouwens ook nog eigenaar van een voetbalclub waar hij eerder zelf als speler meedeed. Tijdens een wedstrijd die kennelijk voor het parlementslid niet geheel naar tevredenheid verliep haalde hij op een gegeven moment een pistool onder zijn shirt vandaan en begon daar wild mee om zich heen te zwaaien. Ronny mocht daarna van de Surinaamse Voetbalbond even niet meer meevoetballen..….tja, fijne parlementariërs daar in Suriname nietwaar..…..
Albina, waar we aan boord van onze uitgeholde boomstam gingen, is een groezelig plaatsje van waaruit de bosnegerdorpjes langs de rivier en ook de illegale Brazilianen die op de Marowijne en zijrivieren naar goud zoeken, bevoorraad worden. We waren net weer terug in Wachtum toen we op de radio hoorden dat een Braziliaan bij een ruzie om geld een lokale Albinees had vermoord waarna de plaatselijke bevolking zich tegen de Brazilianen had gekeerd, winkels hadden geplunderd, huizen in brand gestoken en Braziliaanse en Chinese vrouwen massaal hadden verkracht. Tja, als we daar op dat moment tussen hadden gezeten…. kijk, ook dat is Suriname…
Maar goed, in Albina gingen we dan aan boord van onze boomstam met Yamaha-buitenboordmotor, 4 passagiers met een 3-koppige bemanning, Pipo, onze reisleider, een verrekt aardige vent die zelf ook uit het Marowijnegebied kwam, een kok en nog de motorman natuurlijk. Verder proviand ingeladen, flessen drinkwater, hangmatten, een drum met benzine en natuurlijk onze eigen bagage.
In Albina werd Dick en mij dringend aangeraden om nog even 3 flessen rum in te slaan bij de plaatselijke Grietinus, die waren nodig als geschenk voor de lokale kapiteins (een soort burgemeester maar dan op blote voeten) van de dorpen waar we een bezoekje zouden brengen, zonder deze relatiegeschenken geen toegang tot het gebied waar zo’n stamhoofd dan de baas was, dus vooruit, nog 3 flessen rum ingeladen en daar ging die dan, met de Yamaha achter op de korjaal vol gas stroomopwaarts en tegen de vele stroomversnellingen in op weg naar het binnenste van de Surinaamse jungle.
Genoeg voor nu dacht ik, hoe het verder afliep met de 3 flessen en die uitgeholde boom bewaren we voor een volgende column. Volgt nog de uitslag van de prijsvraag van de vorige keer: van tientallen inzenders was de fam. Boerland de gelukkige, het was na de prijsuitreiking nog lang onrustig in de Hakstee.
De quizvraag van deze keer luidt: wat is de naam van het scheepswrak dat al vanaf mei 1940 midden in de Surinamerivier ligt. Zie foto
Oplossingen kunnen binnen 14 dagen weer gezonden worden naar K.Geertsema@hetnet.nl o.v.v. Paramaribo, er ligt weer een fraaie prijs gereed !!