3 flessen rum en een uitgeholde boomstam (Deel 2)

En jaaahh hoorrr…… daar ging die dan, in de korjaal de Marowijne rivier op met de Yamaha op volle kracht, Frank en ik, naast elkaar onderuit gezakt in die boomstam op een veel te kort en te laag houten bankje, en dan ook nog eens die gloeiend hete zon recht boven de kop, man, man, man, wat ’n boudel. Hoe hou je dat in vredesnaam nou 5 dagen vol, en dat op een rivier van vele honderden meters breed, ik weet niet hoeveel meter diep en stikvol met piranha’s, zonder zwemdiploma A, zonder reisverzekering, maar wel met een reddingvestje voor een kind van 12 jaar, kijk, dat gaf toch weer vertrouwen op een goede afloop.

Maar eenmaal weg uit dat groezelige Albina en na een paar maal slikken, tsjonge, wat een fantastische ervaring is dat varen over die rivier in zo’n korjaal en dan ook nog met een behoorlijk gangetje van zo’n 25 in ’t uur. De rivier wordt al gauw een stuk smaller en vanaf beide oevers rijst dan het tropisch regenwoud op als een ondoordringbare groene muur van tientallen meters hoog. Met de kop zo rood als een kreeft van een paar dagen fietsen rond Paramaribo was het zaak om de ledematen gedurig in te smeren met factor ‘heel veel’ en als je het vel toch nog voelde verbranden dan stopten we de melkflessen maar onder de lap zwart landbouwplastic waarmee reisleider Pipo de bagage in de boot had afgedekt.
Pipo, altijd voor op de korjaal zittend, peilde in de stroomversnellingen steeds met een stok de diepte voor de motorman zodat die zo’n beetje kon zien waar hij moest varen.  Die motorman stuurde ons, feilloos trouwens, over de rivier met alle stroomversnellingen en watervallen een paar honderd kilometer de binnenlanden in tot aan het bosnegerdorp Drietabbetje. Daar vandaan zouden we dan met een klein vliegtuigje weer terug vliegen naar Paramaribo.

Na zo’n 1e dag spelevaren op de rivier ben je benieuwd waar je op het eind van de dag terecht zult komen, een echt reisschema hadden we niet maar we wisten wel vrij zeker dat tussen Albina en Drietabbetje de 5-sterren hotels tamelijk dun gezaaid zouden zijn. De enige zekerheid was dat er genoeg bomen in het oerwoud stonden om een hangmat aan op te knopen. Toch viel het verblijf dat Pipo voor de eerste nacht in de jungle voor ons had gereserveerd niet eens tegen. Loka Loka, een kamp met een paar zeer eenvoudige huisjes met veranda, 2-onder-1-kap zogezegd, het Wereld Wiede Waddinxveense echtpaar Joke en Dick aan de ene kant, wij aan de andere kant.
Als je bepaalde minimum eisen stelt aan comfort, privacy, sanitair, voedsel etc. tijdens een trip, reis dan niet in een uitgeholde boomstam de Marowijne op, voor een leuk terrasje waar je even een cappucino met een stuk appeltaart en slagroom bestelt moet je niet in de binnenlanden van Suriname wezen, het is allemaal nogal ‘basic’ en in geen enkel opzicht afgestemd op toeristen, houden zo! Frank ging voor een verfrissend bad nog wel eens te water, de rivier in om de piranha’s schrik aan te jagen.  Tegenover het ontbreken van ook maar enig comfort staat de unieke belevenis van de rivier, de stroomversnellingen waar je regelmatig restanten van op de rotsen te pletter geslagen korjalen ziet liggen als bewijs dat de reis niet altijd goed afloopt, de wandelingen door het oerwoud dat zonder gids met geweer op de rug en een kapmes ontoegankelijk is. Alle transport van mensen en goederen in het gebied vindt plaats over de rivier met korjalen, wegen zijn er niet, heel sporadisch ligt bij een wat groter dorp een onverharde landingstrip voor kleine vliegtuigen.

 

 

 

 

 

 

 
Verbazingwekkend is het dat er in het hart van de Surinaamse jungle gewoon onderwijs wordt gegeven en dan ook nog in de Nederlandse taal nota bene. Naast ons kamp stond een schooltje waar ’s morgens vroeg de kinderen vanuit de dorpjes aan de rivier in korjalen werden aangevoerd.  Vóór 8 uur al wordt dan de hele meute in rijen op de speelplaats opgesteld en wordt onder leiding van het Hoofd der School een stichtelijk lied gezongen.  Na het zingen marcheren de kinderen per klas met hun juf af naar hun lokaal en beginnen de lessen. Het Hoofd vertelde ons over de problemen waar hij bij het onderwijs in het oerwoud mee te maken had, ouders die weinig discipline tonen om hun kinderen naar school te sturen en hun kroost net zo lief wat zien pierewaaien op de rivier om wat piranha’s te vangen bijvoorbeeld. 

Meubilair, boeken en andere noodzakelijke leermiddelen zijn schaars of helemaal niet aanwezig en de man liet zien hoe een paar jaar geleden het water in de rivier tot halverwege het schoolbord had gestaan, alleen de bovenste helft was dus nog bruikbaar. 

 

 

 

Desondanks, een tot in zijn vingertoppen gemotiveerde kerel was deze bovenmeester, geweldig bezig om zijn leerlingen wat bij te brengen, niet alleen rekenen en taal maar ook op gebied van gezondheid en voeding en vooral ook om ze maatschappelijk naar een hoger niveau te tillen en daarmee ook z’n land vooruit te helpen. Fantastisch vond deze man het als een leerling voor vervolgonderwijs naar Paramaribo ging om daar een vak te leren en daarin slaagde. Achter de school had hij een moestuin ingericht, “kostgrondje” noemen ze dat in Suriname, waar hij de kinderen leert de grond te bewerken en groenten te verbouwen. Als ik over enige tijd hier geen zaken meer kan verbeteren, zei de schoolmeester, vertrek ik naar een andere regio om daar weer het onderwijs vanaf de grond op te bouwen. Hoewel het gebied zeer dun bevolkt is, is een opvallend verschil met de Markeschool in Wachtum wel dat het in de lokalen van de Loka Loka school krioelt van de bosnegerkindertjes, niks geen leerlingentekort daar, ongelooflijk, voor instandhouding van de soort hebben ze in Suriname geen ontwikkelingshulp nodig, dat kunnen ze prima zelf.

Maar, behalve die schoolmeester werkte ook onze motorman en niet te vergeten kokkie aan de vooruitgang van hun land. Kokkie schotelde ons alle dagen een verrassingsmenu voor bestaande uit rijst met daarbij geserveerd het in stukken gehakte geraamte van een kip. Wij keken elkaar dus wel eens aan en vroegen ons dan af: zo’n Surinaamse kip daar moeten toch ook een paar dikke poten aan zitten maar daar zien we nooit wat van, hoe zit dat? Je voelt hem al aankomen, de vette kluiven verdwenen voordat de maaltijd op tafel kwam mooi in de gulzige magen van kokkie zelf en z’n kameraad de motorman, de restanten van het karkas waren voor de bakra’s (de witten dus, wij en onze vrienden uit Waddinxveen).
Beide grapjassen hadden ons trouwens nog een keer goed bij de poot. In Albina hadden we 3 flessen rum aangeschaft op advies van de reisleiding om de diverse burgemeesters gunstig te stemmen en om als zodanig toegang tot de regio te verkrijgen. Uiteraard wisten kokkie en de motorman ook van het bestaan van die 3 flessen jajem in de bagage. Op een middag zouden we na onze lunch (deze keer was dat rijst met kippenkarkas) in de korjaal nog een stuk de rivier op om een bosnegerdorp te  bezoeken toen een wat zenuwachtige Pipo om onduidelijke redenen te kennen gaf dat we niet konden varen, ….. ja, wat bleek nou !!!?? De motorman, zo dronken als een dragonder lag in comateuze toestand onder een klapperboom zijn roes uit te slapen nadat ie samen met kokkie één van onze flessen Mariënburgrum (81 %......zegge éénentachtig procent……!!) compleet soldaat had gemaakt. Een cruise op de rivier deze middag met deze laveloze Lazarus aan het roer was absoluut op de eerste de beste rotspunt geëindigd en Pipo als eindverantwoordelijke, tja die dacht ook, hoe los ik dat nou weer op, nou die stelde dan maar voor een wandeling naar een zijkreek van de Marowijne te maken om daar illegale goudzoekers aan het werk te zien, ook interessant.
Ach, in het Surinaamse oerwoud moet je tegen een lolletje kunnen nietwaar, waar moet je je daar nou druk om maken, heeft geen enkele zin, dit is Suriname, geboefte van het zuiverste vuurwater maar ach, ze bedoelen het niet zo kwaad reken ik dan maar. De twee andere flessen zijn gelukkig goed terechtgekomen, één fles is door Frank met veel ceremonieel vertoon aangeboden aan de kapitein van de buurtschap Tjon Tjon, een type Surinaamse drugsdealer deze man.


De derde fles is uiteindelijk beland in het paleis van de Granman van Drietabbetje, dat is echt een belangrijke persoon in de regio, laten we zeggen een soortement Commissaris van de Koningin, maar dan net even anders, hij is baas over de kapiteins. Helaas kon de Granman zelf niet aanwezig zijn om ons te ontvangen wegens waarschijnlijk een staatsbezoek bij een bevriende natie (?), de man had de vergaderzaal in zijn woning volhangen met vlaggen en foto’s van collega-wereldleiders als Bill Clinton, Chirac, Nelson Mandela en dat soort jongens, met in het midden een vergadertafel met daar om heen een mooie collectie van die witte plastic Hartman stoeltjes……!!!

Ach, na de onafhankelijkheid is het daar politiek en economisch een janboel geworden, desondanks is Suriname een fascinerend land met een enorme variëteit aan etnische groepen en godsdiensten, veelal met hun eigen taal. Het Nederlands is nog steeds de officiële taal die ook bijna iedereen spreekt en dat blijft ook zo want als ooit de taal van één van de etnische groepen gepromoveerd zou worden tot officiële landstaal dan wordt het oorlog. Uniek is wel dat in Paramaribo de grote moskee en de Joodse synagoge gebroederlijk naast elkaar staan, waar kom je dat nou tegen. Suriname is een land waar je overwegend vriendelijke en goedlachse mensen tegenkomt, het ongerepte oerwoud is adembenemend mooi, een lekker klimaat als je van warmte houdt, en de rijpe vruchten als mango’s en kokosnoten liggen voor het oprapen, wat wilt u nog meer.


Ten lange leste nog de prijsvraag van de vorige keer, die is gewonnen door de oud-Wachtummer Daan Meeuwsen die jaren geleden al Wereld Wied ging maar reeds vroegtijdig in Dalen strandde, Daan, laat de champagnekurken maar knallen, van harte proficiat !!!!
Deze keer een vraag voor de echte diehards: welk wapen staat op het etiket van een fles Mariënburg rum? Voor de goede inzender ligt er een fles klaar uiteraard ! Inzendingen o.v.v. “fles rum” naar K.Geertsema@hetnet.nl .
 


 

  terug